Recensie “Na Famirman Du”, A kibri-tori fu na famiri

door: YVONNE WONG-A-SOY

Yvonne Wong A Soy, Eerstejaarsstudent Schrijversvakschool

Daar zat ik dan, op zaterdag 15 juni bij het NAKS theaterweekend in CCS. Uit mezelf zou ik nooit ervoor kiezen om een opvoering van NAKS te bezoeken, maar in dit geval ontving ik een poster via Whatsapp. Ik moest voor de Schrijversvakschool dit toneelstuk bekijken en erover schrijven. Ik ben met de lessen Toneelschrijven bezig. Samen met mevrouw San A Jong en een medestudent zaten we in de tjokvolle zaal. We keken naar het stuk “Na Famirman Du”, A kibri-tori fu na famiri, opgevoerd door de jongeren van NAKS. 

Na famir’man du

Bij mijn aankomst was het aan de verschillende pangi’s en Afrikaanse tay’ede te zien dat het om een activiteit van NAKS ging.  Daar had ik totaal niet aan gedacht, dat ik mijn kleding zou kunnen aanpassen en mijn hoofd eventueel had kunnen binden. Iets over zeven werden we begroet door de MC tevens scriptschrijver Giovanni Robinson. Hij kondigde op een hele rustige manier de groep Bugubugu aan die merkwaardig uit vier vrouwen en drie mannen bestond. De groep bracht ons als publiek in de stemming door vier leuke ritmes te slaan op de voor mij herkenbare apintiedrums. “Pam tadam pam tadam, tam tam tam,” klonk het luid door de zaal. Je zag de hoofden bewegen van links naar rechts en net als bij mij benen die mee gingen op het ritme. 

Een in wit geklede cast, beschilderd op armen en gezicht met pimbadoti of ander schmink, kwam vanaf de achterkant van de zaal het podium op. Met fantastische zangstemmen werd het verhaal van het stuk aan elkaar gezongen. Ik wist niets, dus ik had eigenlijk uitleg nodig.  Het gordijn ging open: het waren een broer en vier zussen die niet zo goed met elkaar leefden. Ze hadden problemen op problemen en kwamen er maar niet uit. Ze vonden een brief tien jaar na hun moeders overlijden waarin de bron van al hun problemen was opgeschreven. 

Het was een familie van de plantage De Vrede. Baas Gustaaf had voldaan aan de wens van zijn vrouw, Sisi, die op achtentwintigjarige leeftijd heel graag een kind wou krijgen. Hij besprak het met een bigisma van de plantage en deze op haar beurt hulp inriep van de Fodu. De wens om zwanger te raken raakte in vervulling. Er werd een meisje geboren.

De doodgeslagen Fodu

De harde slagen van de trommen drongen door tot het lichaam, tot het verstand. Ik hield even mijn hart vast toen er plotseling weer vanuit de achterkant van de zaal, een in rood inheems geklede acteur dansend ook op het toneel verscheen. Een vrouw die twee stoelen voor mij zat begon wild te schudden met haar schouders. Door de slagen van de drums kom je tot de geest, misschien zou ze ook  ineens Lé, lé, lé beginnen te schreeuwen. Gelukkig niet, want een vriendin omhelsde haar hard en bleef haar vasthouden. De muziek stopte ook kort daarop. 

Los van alles wat er op het podium gebeurde met kalebassen enzovoort, was de rol van Gustaaf, de slavenmeester, mij onduidelijk. Sisi vertrok na de geboorte met haar dochter. Toen Magdalena  vijf jaar was ging ze terug naar de plantage. Daar werd ze lastig gevallen door de fodu, dus maakte Sisi de slang dood tot grote schrik van Gustaaf. Het doden van de slang was iets dat nooit had mogen gebeuren, want dat was de Fodu! Ik vroeg me af of de blanke slavenmeesters van toen wisten wat deze winti’s waren en hoe met ze om te gaan. 

Het stuk werd begrijpelijker voor mij naarmate het stuk vorderde.   De ‘psychologische stilte’ van de overleden “Ma Lientje” werd slechts eenmaal onderbroken toen zij tot haar kinderen sprak en zei dat a de na dede kondre, maar en ati e krey. (dyeme) Dat en esari.  “Un go na Gladys na oso, dan un o feni san un e suku.”Op instructies  van de du-man kwamen ze bij mekaar. De verschillende winti’s werden opgeroepen met de grote agida-dron, want men wilde de vrede terug. “Teri den kabra, na doti, na busi, na watra nanga tapu”. Zoals ik zelf ben en geen geloof in deze materie wil hechten, was de broer ook een die geen geloof had in culturele dingen. Ondanks zijn ongeloof had hij geen keus aanwezig te zijn bij de bijeenkomst dat gehouden moest worden om de Fodu op te roepen en vergiffenis te vragen. Het was een serieus onderwerp, maar gelukkig kwam er humor voor in het stuk. Ik zat stil en luisterde goed, en schoot wel in de lach om de reacties bij het zien van iemand die in trance raakte.

Agida

Het publiek was heel tevreden wat je kon merken aan het daverend applaus dat de spelers ontvingen aan het eind.  Ik liep weg  uit CCS maar het lied “Sani de, ma sani no de. Te sani miti yu, sani de. Te san no e miti yu, sani no de, sani de, sani no de ” bleef in mijn hoofd na galmen. Moeten we echt bij het niet kunnen krijgen van kinderen nagaan wat onze voorouders hebben gedaan? Want fu san ede we kari den libiwan, fu san ede un no e kari den dede wan? Dedewan de na Sabana, na den e hori baka gi wi. Dat heeft het stuk mij uiteindelijk geleerd. 

3 Responses to “Recensie “Na Famirman Du”, A kibri-tori fu na famiri”

  1. Sandra says:

    Goedemorgen. Wat leuk te lezen dat er iemand van schrijverschool aanwezig was. Ik zat ook in de zaal en heb echt heel erg genoten van het stuk. De zang was prachtig, er was voldoende humor en er werd heel mooi gedanst. Ik had totaal geen idee wat ik moest verwachten toen ik onze kaarten kocht maar ik wilde erheen omdat ik van cultuur houd. Alle culturen. En ik ben niet teleurgesteld. Dit is mijn “recensie ” haha.
    Groeten

    • Ruth says:

      Dag Sandra,
      Het is een onderdeel van onze lessen; studenten meenemen naar Theaterstukken. Vooral wanneer zij met die module bezig zijn.
      Wij hebben ontzettend genoten!

  2. Jennifer says:

    Heel leuk en luchtig geschreven stuk!

Leave a Reply