Duister blijven

  door EURITHA TJAN A WAY

Euritha Tjan A Way

18+

“AAAaaarrghhhh”. Terwijl zijn hoofd zich bijna verticaal naar het plafond uitstrekt, vloeien de laatste druppels zaad mij stuiterend binnen. Het geeft mij een oppermachtig gevoel om een man –en zeker deze – zover te krijgen. Ik heb mij tot dusver nooit toegestaan het hoofd zo te verliezen, niet met hem althans.

Terwijl hij van mij afrolt kijk ik in de loop van zijn geweer dat bijna onverschillig op het nachtkastje ligt. Het herinnert mij direct weer aan de ernst van deze ‘onderneming’. Terwijl het rinkelend geluid van de telefoon maakt dat ik van het wapen wegkijk, voel ik irritatie opkomen: dit telefoontje kan nooit voor mij bestemd zijn. ‘Is voor mij’ klinkt het lommerig terwijl hij als een adonis naakt de keuken inloopt. Ik kan mijn ogen niet afhouden van zijn toli. Met een ondeugende glimlach denk ik: …zoveel opschuif dan a sani pikin sô!

Ik loop naar de badkamer en kijk in het voorbijgaan vluchtig in de spiegel van de badkamerdeur. 28 en mi fiti ay. Volle borsten, een beetje buik en een kleine bos donsharen net boven mijn dijen. Terwijl ik snel de baddoek om mij heen wikkel, loop ik snel – niet te snel- naar de keuken. Het is belangrijk dit gesprek te horen!

“Is de patrouille al geweest? …En waar is de mol? …Is die al vrijgelaten? Ik ben om 6.00 uur op locatie… Waar is Paul? …Let op hem!… Hij praat te veel als hij heeft gedronken”. Terwijl de hoorn abrupt op de haak wordt gegooid, pakt ze de melk uit de koelkast. De sergeant lust na zo’n vrijpartij altijd koffie en zijn wens is vooralsnog mijn opdracht, denk ik cynisch. 

Terwijl hij de koffie met een bedachtzame blik drinkt, maak ik in gedachten mijn rapportage. En toch…behalve dat er patrouilles waren en dat er een verrader was, weet ik niet veel. Tot nu toe heb ik hem nooit hoeven uithoren. Aan wat ik opvang en aan wat hij af en toe vertelt heb ik genoeg. Maar nu heb ik vragen: Wie of wat was een spion? Paul was zijn goede vriend, wat zou hij niet mogen zeggen? En natuurlijk…waarom was hij niet direct weg? ‘Dat is nieuw’ spookt het door mijn hoofd. Praten gebeurde altijd voordat we seks hadden, daarna had hij altijd haast. Vandaag, nu blijf hij mij onderzoekend aankijken. Bruine ogen die mij eerst zacht aankeken, kijken nu vragend mijn richting op.

Ik heb nu al vijf maanden ‘iets’ met Delano. We ontmoetten elkaar voor het eerst in februari van het vorig jaar. Op een feest om te vieren dat de revolutie een jaar oud was. Ik kwam uit Nederland en dat feest was de eerste activiteit van de militairen die ik bezocht. Het was in het Buiten sociëteit ’t Park. Met de sterkste permanent die ik kon vinden had ik wat slag in mijn altijd duffe Chinese haar kunnen brengen. Met mijn Nederlandse accent, strakke kleding en wilde krullen viel ik maar wat op. Dat was ook een beetje de bedoeling. Mijn missie moest slagen…

Ik zag Delano daarna vaker en ik raakte bevriend met zijn vriend Ruben. Die was een echte meidman! Maar hij kon mij niet peilen noch naaien en dat trok hem juist aan. Ik begon te horen bij het vast gezelschap dat bij elk feestje met de jongens van de revolutie erbij was. Maar ik voelde de sfeer op de feesten steeds grimmiger worden; de groep werd kleiner en de vreugde bijna krampachtig.

In oktober, tijdens een afscheidsfeest voor de militaire attache Hans bij de Nederlandse Ambassade was Delano ladderzat. Ruben was in geen velden of wegen te bekennen, en na een gênante speech waarin Delano Hans bijna als vader afschilderde, was het duidelijk dat elk woord erbij duizenden te veel zou zijn. 

Ik zag mijn kans schoon om vertrouweling te worden van Delano tijdens zijn fractie van zwakte. Terwijl er een ongemakkelijke stilte heerste na zijn speech brak ik het ijs door te applaudisseren en hem een troostende brasa te geven. Met zachte drang voerde ik hem naar mijn auto. 

Ik bracht hem naar mijn huis en dat markeerde het begin van het ‘iets’ dat we hadden. 

Elke week daarna had ik rapport uitgebracht aan mijn opdrachtgevers in het verre Nederland. Maar ik begon meer dan alleen maar oppervlakkige spanning te voelen voor Delano, maar ook voor het land. Door hem had ik een groot deel van Suriname leren kennen. Ook de status van buitenvrouw had ik zo zoetjes aan ingenomen. Ik moest mezelf er steeds vaker aan herinneren dat dit een baan was, en een gevaarlijke ook nog.

‘Geef je me antwoord?’ Met een vragende en bijna wantrouwige toon rukte Delano mij uit mijn overpeinzingen. ‘Wat was de vraag weer? Sorry ik was nog aan het nagenieten’, pruil ik. Ik had intussen wel geleerd dat zijn ego strelen een makkelijke manier was om hem af te leiden. ‘Als mensen iets negatiefs over me zeggen, geloof het niet direct. Denk eraan je bent de enige die mij zo goed kent’, zei hij terwijl hij mijn kin vastpakte. Ik glimlach en zit vliegensvlug weer in mijn rol. ‘Nou! Jij bent in ieder geval de enige die mij zo veel kan laten genieten’. Het compliment doet hem zichtbaar goed. 

‘Ik moet gaan’, zegt hij half lachend. In de kamer kleedt hij zich aan terwijl ik ga baden. ‘Later’, klinkt het en snel daarna rijdt de auto weg. Ik pak het schrift dat ik in de kast boven het toilet zet. Ik blader voorbij mijn menstruatieschema dat er puur voor de camouflage staat. Enkele bladzijden verder staat in steno mijn verslag na elke ontmoeting met Delano. Ik schrijf de datum op: 8 december 1982 en ga in steno verder.  

Het is twintig jaar verder wanneer ik het schrift weer inkijk. In mijn ene hand heb ik de oproep van de deurwaarder om te getuigen tijdens het 8 decemberstrafproces en in het andere het schrift. Ik gooi ze beide vanuit de Wijdenboschbrug in het water: ‘sommige dingen moeten duister blijven’.

Leave a Reply

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *

5,011 Spam Comments Blocked so far by Spam Free Wordpress